top of page

De man met de hamer (The Wall): wat gebeurt er écht tijdens een marathon?

Elke marathonloper heeft er al van gehoord en velen hebben hem ook al ontmoet: de man met de hamer. Dat gevreesde moment waarop je benen plots zwaar worden, je tempo instort en je je afvraagt waarom je hier ooit aan begonnen bent.


Maar wat gebeurt er nu eigenlijk in je lichaam wanneer je “tegen de muur loopt”? En nog belangrijker: hoe ga je ermee om?


Wanneer de klap komt

Voor veel lopers gebeurt het rond kilometer 30-32. Je liep nog relatief comfortabel, misschien zelfs met vertrouwen… en dan slaat het ineens om.


Je benen voelen zwaar, je tempo zakt weg en zelfs blijven lopen vraagt moeite. Het voelt plots, maar in werkelijkheid is dit moment al veel langer in de maak.


Wat er in je lichaam gebeurt

Tijdens een marathon draait alles om energie. Je lichaam gebruikt vooral koolhydraten (glycogeen) en vetten als brandstof.


In het begin van de race is er meestal genoeg glycogeen beschikbaar om een stevig tempo aan te houden. Maar naarmate de kilometers voorbijgaan, slinken die voorraden.


En hier zit de kern van het probleem:wanneer je glycogeenvoorraad te laag wordt, kan je lichaam het tempo niet meer ondersteunen.


Ja, je hebt nog vetreserves genoeg, maar vet is een tragere brandstof. Je lichaam moet harder werken om dezelfde energie vrij te maken. Het gevolg? Je wordt automatisch trager, hoe hard je ook probeert door te duwen.


Het is niet alleen fysiek

Wat veel lopers onderschatten, is dat dit niet alleen een fysiek proces is. Ook je brein speelt een rol.


Wanneer je energievoorraad daalt, wordt alles zwaarder:

  • je concentratie vermindert

  • negatieve gedachten komen sneller op

  • je motivatie krijgt een klap


Dat gevoel van “ik kan niet meer” is dus deels echt… maar ook deels hoe je brein de situatie interpreteert.


Hoe je jezelf in de problemen loopt

De grootste fout? Te snel starten.


Het voelt misschien goed in het begin, maar hoe sneller je loopt, hoe meer je lichaam afhankelijk wordt van koolhydraten. En dus: hoe sneller je voorraad slinkt.


Tel daar nog bij op:

  • te weinig eten onderweg

  • onvoldoende drinken

  • of simpelweg een gebrek aan voorbereiding

…en de kans is groot dat je vroeg of laat kennismaakt met de man met de hamer.


Hoe je hem te slim af bent

Het goede nieuws: je staat niet machteloos.

Met de juiste aanpak kun je dit moment uitstellen OF zelfs vermijden.


Train slim

Lange duurlopen leren je lichaam efficiënter omgaan met energie. Je wordt niet alleen sterker, maar ook zuiniger.


Eet op tijd

Wacht niet tot je honger krijgt. Door regelmatig koolhydraten te nemen tijdens de race (bijvoorbeeld gels of sportdrank), hou je je energieniveau stabiel.


Hou je tempo onder controle

Een marathon begint bewust rustig. Wie zich inhoudt in het begin, wordt daar later voor beloond.


Blijf mentaal scherp

Verdeel de race in stukjes. Denk niet aan die 42 kilometer, maar gewoon aan het volgende punt, de volgende kilometer.


En als hij toch toeslaat?

Zelfs met een perfecte voorbereiding kan het gebeuren.


Op dat moment is het belangrijkste: niet in paniek raken.

  • Verlaag je tempo

  • Neem wat extra energie

  • Blijf bewegen, al is het trager

  • En als het moet: wandel even

Het doel verandert dan simpelweg van “presteren” naar “finishen”.


Tot slot

De man met de hamer hoort bij de marathon. Hij is geen teken van falen, maar een onderdeel van de uitdaging.


Wie leert begrijpen wat er gebeurt in zijn lichaam, staat al een stap voor. En wie zijn race slim aanpakt, kan hem vaak voorblijven.


En lukt dat niet? Dan is er altijd nog die ene troost: je bent lang niet de enige die hem onderweg tegenkomt ;)

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page